De eenvoudige principes van de korfimkerij

De eenvoudige principes van de korfimkerij

Met het aantal volken dat men in de winter heeft, gaat men het volgende jaar weer de winter in. Maar in het voorjaar neemt het aantal volken sterk toe door het zogenaamde zwermen, dat is de natuurlijke vermeerdering van de bijen. Het aantal volken bedraagt in de zomer het 3 tot 4 voudige van het aantal in de winter.
De honing die de bijen in het voorjaar en de zomer halen, mogen de bijen houden, opdat hun ontwikkeling tot het hoogtepunt van het jaar, dat is bij ons de bloei van de heide, goed verloopt.
Na de bloei van de heide wordt het aantal bijenvolken weer teruggebracht naar het oorspronkelijke aantal. Van de volken die “geslacht”worden, worden de raten uitgebroken en uitgeperst, zodat honing en was kan worden geoogst. De bijen blijven leven, maar worden verdeeld over andere volken, of verkocht of met elkaar verenigd tot 2 en halve kilo bijen en met een goede koningin en suikerwater  ingewinterd.
De volken die niet “geslacht”worden, behouden hun honing, behalve de zogenaamde raathoning die bij sommige volken in de “honingkamertjes”zit.

Duidelijk is dat door de sterke vermeerdering van het aantal volken, de korfimker bij de daarop volgende vermindering van het aantal volken, een goede mogelijkheid heeft om te selecteren. In combinatie met de natuurlijke vermeerdering, de constante en snelle verjonging van volken en ratenbouw, de natuurlijke paring van de koninginnen, heeft de imker het daardoor makkelijker om de volken gezond te houden.

Het is echter te simpel om korfimkerij in alle opzichten als beter dan de moderne imkerij te bestempelen. Nadelen zijn er ook, onder andere deze: de korfimker oogst nooit voorjaarshoning en minder zomerhoning dan de kastenimker. Door de keuze voor natuurlijke vermeerdering van de bijenvolken is het voor de korfimker noodzakelijk om in de zwermtijd hele dagen bij zijn bijen te blijven om deze zwermen te vangen.